Prozaïsch

Onredelijk

Altijd als het herfst wordt denk ik dat de wereld ten dode is opgeschreven. De dagen worden korter, de bomen verliezen hun blad, de tuin begeeft het, het is bewolkt, het waait, het water komt met bakken uit de hemel. Het wordt kouder. De kinderen die mij op straat tegemoet fietsen kijken nog ernstiger dan anders.

Ik deed boodschappen bij Albert Heijn, om ongeveer acht uur ’s avonds. Het was donker op de parkeerplaats. In plaats van de beroepsdakloze die daar vaak om geld staat te zeuren zat er nu een jongen op een kleed op de grond, met zijn hebben en houden uitgespreid om zich heen plus een grote hond. In zijn handen een gitaar. Hij sprak de hond verwijtend toe toen ik aan kwam fietsen. Mensen die kinderen en huisdieren verwijten maken zijn ten einde raad. Kinderen en huisdieren zijn niet redelijk. Je kunt ze opvoeden, africhten of hoe je het noemen wilt, maar op het moment dat je ze verwijten begint te maken is het duidelijk dat de situatie je boven het hoofd is gegroeid. Terwijl ik mijn fiets op slot zette tokkelde hij een paar onbestemde akkoorden. Zelfs als je nog nooit van je leven een gitaar had aangeraakt zou je na een paar lessen in staat moeten zijn om het instrument soortgelijke geluiden te ontfutselen. Nu begon hij er ook met schorre stem bij te zingen. Indien er van het getokkel al enige bekoring was uitgegaan, werd dit door de zang weer grondig teniet gedaan. Ik voelde op slag sympathie voor hem. Zoals de bedelende beroepsdakloze er bij onze eerste ontmoeting al in was geslaagd mij tegen zich in te nemen, zo was ik meteen begaan met de hoofdpersoon in dit treurige tafereel: een jonge man met een onredelijke hond, gespeend van ieder muzikaal talent die als een soort herfstkrekel, tegen beter weten in, weigerde het hoofd in de schoot te leggen en besloten had als zelfbenoemd autodidact straatmuzikant het noodlot te weerstaan.

Toen ik de supermarkt weer uitkwam zat hij er nog steeds. De hond lag in diepe rust uitgestrekt terwijl zijn baas op de gitaar enkele klassiek aandoende klanken ten gehore bracht. Het klonk veelbelovend maar er kwam geen vervolg. Vanuit mijn ooghoeken bestudeerde ik het tafereel. Er stond een stuk karton voor zijn voeten opgesteld met een tekst erop geschreven. Daarnaast een bord waarop geldstukken lagen. Toen ik langs hem heenliep om mijn karretje weg te zetten zag ik kans de tekst te lezen: Too young to prostitute, too stupid to steal. Sinds wanneer zou iemand te jong kunnen zijn om zich te prostitueren dacht ik, maar als grap kon ik het waarderen. Twee paradoxen die samen één zin vormden, dat kan niet iedereen. Toen ik mijn karretje had weggezet legde ik een euro en twee vijftigcentstukken op het bord met geld. Hij bedankte me en ik had kans hem even van dichtbij te bekijken. Hij zag er veel jonger uit dan ik gedacht had, nauwelijks volwassen. Een sterke lichaamsgeur kwam mij tegemoet. Ik schrok van de paniek in zijn ogen. Het tafereel mocht dan een zekere vredigheid of naïviteit uitstralen, maar de blik in zijn ogen sprak andere taal. Hier zat iemand die de afloop van zijn eigen verhaal allang kende, maar die het omslaan van de volgende bladzij zo lang mogelijk probeerde uit te stellen.

Terwijl ik mijn fiets van het slot afhaalde zag ik hoe hij de drie munten die ik had neergelegd oppakte en bestudeerde. De rest van de muntstukken zat kennelijk vastgeplakt, wat mij onverwacht professioneel voorkwam. Toen ik met mijn fiets langs hem heenliep bedankte hij me voor de royale gift. Ik lachte zo goed en zo kwaad als het ging en stak mijn duim op. Ik kon er niet toe komen iets bemoedigends tegen hem te zeggen.

Wat duizenden daklozen en vluchtelingen die avond aan avond over mijn televisiescherm trekken niet voor elkaar kregen, lukte een lokale verschoppeling. Ik werd overvallen door een immens verdriet, terwijl ik met mijn levensmiddelen en toiletartikelen huiswaarts fietste. Ik nam mij voor mijn boodschappen de komende tijd zoveel mogelijk overdag te doen. We gaan een donkere tijd tegemoet.

Advertenties

3 thoughts on “Onredelijk”

  1. Dit stuk verdriet greep me bij het begin erg, héél erg, naar de keel, Maar die vastgeplakte munten vertelden me dat deze dakloze nog vol ondernemersslimmigheid zit. Hoop laat zich niet makkelijk onder de herfstblaren vegen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s