Startups

Ik wist niet dat ik het in mij had, maar ik ben van de ene op de andere dag kankerpatiënt geworden. Dat ging zo. Op veertien januari werd uit mijn dikke darm het lachwekkend hoge aantal van vijftien poliepen verwijderd. Aanvankelijk was ik daar wel trots op: zoveel creativiteit, in mij! Maar op twintig januari deelde de maag-darm-leverarts mij mee dat zich tussen de poliepen ook “een verrassing” had bevonden. Op één poliep waren “onrustige cellen” aangetroffen. Onrustige cellen! Ik voelde meteen sympathie voor ze omdat ik mijzelf erin herkende. Enkele van de meest ondernemende van die cellen waren ook al op weg naar de uitgang, door de steel van de poliep heen richting darmwand om van daaruit verder uit te zwermen en zo overal veelbelovende startups te beginnen.

Nouja. Poliepen die hun hoofd boven het maaiveld uitstaken en jonge, neoliberale cellen die in hun niets ontziende ambitie van plan waren het lichaam van een zestigplusser eens flink uit te wonen. Dit vroeg om een ingreep. De volgende ochtend lag ik alweer op de onderzoektafel voor een nieuw darmonderzoek, dit keer met als insteek de plek te lokaliseren waar de betreffende poliep gezeten had. Op een monitor kon ik zelf meekijken en zowaar, het rudimentaire steeltje dat als aandoenlijk restant was achtergebleven was in minder dan geen tijd gevonden. Links en rechts ervan werd Oost-Indische inkt in de darmwand gespoten zodat de chirurg de plaats delict feilloos zou kunnen terugvinden. Ploep, daar ging het eerste wolkje en daar, ploep, het tweede. Omdat ik live mee kon kijken kon ik het eigenaardige gevoel dat met het inspuiten van de wolkjes gepaard ging meteen een plekje geven.

Vijfentwintig januari werden mijn buik gescand en mijn longen gefotografeerd. De jacht op startups was begonnen. Gelukkig werden deze niet aangetroffen. Zesentwintig januari zat ik in de wachtkamer van de afdeling Oncologische Dagbehandeling te wachten op de casemanager, een gespecialiseerd verpleegkundige, die mij de komende vijf jaar gaat begeleiden. Of wachtkamer, het was meer een soort loungeruimte. Aan alles was te merken dat hier alleen Very Important Patients komen. Er was zelfs een soort knuffelwand, niet echt natuurlijk, maar bij wijze van spreken. Een muur helemaal vol met kaarten, krantenknipsels en advertenties van goedwillenden die duidelijk poogden te maken dat kanker niet het einde hoefde te zijn. Je kon bij voorbeeld yoga gaan volgen of tekentherapie en ook de onvermijdelijke schrijfcoach probeerde mij duidelijk te maken dat ik haar nu meer dan ooit nodig had. En er hing een interview met een vooraanstaand oncologisch specialist die Suzanne Kaal blijkt te heten. Kortom: veel om je aan op te trekken. Het tegenovergestelde van een klaagmuur: een hoopmuur. Op mij maakte vooral de wervende tekst op de folder voor tekentherapie veel indruk: “Tekentherapie onderscheidt zich omdat het probleem zichtbaar wordt.” Verdomd goede tekstschrijver, dacht ik en nam mij voor nog lang uit handen van de tekenjuf te blijven.

De afdeling Oncologische Dagbehandeling leek nog het meest op een kantoortuin, maar dan met verrijdbare bedden en gemakkelijke stoelen waarin patiënten, ontspannen hangend, via een infuus hun chemotherapie krijgen toegediend. Mijn casemanager heette Dorothee en leidde mij bekwaam tussen de patiënten door, die mij nieuwsgierig opnamen, naar een soort glazen spreekkamer alwaar zij erg haar best deed om mijn vertrouwen te winnen. Trek het je niet aan dat dat niet lukte, Dorothee. Het ligt niet aan jou. Gelukkig hebben we nog vijf jaar om aan elkaar te wennen. Want dat is het perspectief: binnenkort haalt de chirurg vijftien centimeter dikke- en vijf centimeter endeldarm weg, met omliggend klierweefsel, waarna het geheel wordt uitgekamd op startups. Worden die niet aangetroffen dan blijf ik vijf jaar onder controle. Worden ze wel aangetroffen dan zal ook ik een geregelde bezoeker worden van de kantoortuin waar Dorothee en haar gelijken de scepter zwaaien en zal ook ik, aangesloten op mijn infuus, de nieuwkomers daar met de ongegeneerde nieuwsgierigheid die mij eigen is, volgen op hun weg naar de glazen spreekkamer.

11 gedachten over “Startups

  1. om dit nou te liken vind ik te ver gaan, wel met veel humor de situatie benaderd of is het onderhuids wel sarcasme? Ik wens je van harte géén start-ups maar wel heel veel beterschap. Kanker is nou niet bepaald iets leuks – tekenen en schilderen kun je trouwens ook zonder een therapeute erbij al denk ik dat jij stiften eerder gebruikt om er verder over te schrijven.

  2. Met opzet heb ik eerst je mail beantwoord voor ik hier de deur van de wachtkamer opentrok en er viel meteen wat te lachen. Wat en observatievermogen en dan de gave om op jouw manier deze serieuze aangelegenheid aan de man te brengen. Natuurlijk wens ik je alle goeds!

  3. Een bijzondere inkijk op het leven en in de oncologie in het bijzonder.
    Beterschap Adriaan. Hopelijk kun je nog vele observaties voor ons beschrijven. Voor wat het waard is: een dikke zoen.

  4. Dear Adriaan
    alsof ik alles zelf meemaakte! Het ziekenhuis is een maatschappij op zich met eigen wetten en regels waaraan iedereen zich onder schikt. Het is inmiddels al 4 februari. Was het vandaag de operatie dag? O nee, even gecheckt dat is de 17e. Ik ben zelf ook nog ziekenhuis in, ziekenhuis uit aan het lopen. Tot nu toe niet echt vervelende dingen gehoord. Ik hoop dat het zo blijft. Sterkte met de ongewenste gasten. Helpt een stevige likeur 80% b.v. niet om dat spul uit de wereld en je darm te helpen? Ach ja ik roep maar wat. Wil graag helpen, maar zoals meestal mag ik met mijn handjes op de rug toekijken.
    Hou je!
    Sa

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s