De groepsreis

Er was een tijd dat social media veelbelovend leken
er was een tijd dat muren vielen

er was een tijd van derde werelden en wegen
er was een tijd dat je naar Joegoslavië kon gaan

er was een tijd van eenwording en opbouw
er was een koude oorlogstijd

er was een tijd van nooit meer gaskamers
nu is een tijd van ieder tegen allen.

Als vanouds

De graanschuur van Europa in rouw gedompeld
nu halsstarrige kaaskoppen weigeren handel te drijven.
Corrupte oligarchen herademen terwijl
Verhofstadt en van Baalen de horizon afspeuren
en in de verte slechts de sarcofaag van Tsjernobyl ontwaren.

Gestaalde kaders in de Donbas rollen
de mouwen op en heffen hun machtige voorhamers
morgen zal eindelijk proletenbloed
het Maidanplein zijn rode kleur teruggeven.

Gelukkig nadert op De Krim het strandseizoen
en houden de Tataren zich gedeisd. Maar afgezien daarvan
wijst alles op een lange, hete zomer.

Oh Moederland, oh vadertje Vladimir!
Oh komma in de voetnoot van een verdrag!

Het verlossende woord

Ergens in een uithoek van de kosmos moet het klinken:
de resonantie van het allervroegste inzicht.
Subliminaal gerommel, onverstaanbaar
in een ondenkbaar laag frequentiespectrum.
Een radiosignaal: voor wie dit hoort, over, in universele code,
de morsesleutel van een marconist die nauwgezet
verslag doet van de achtergronden van de oerknal
opdat wij niet vertwijfelen maar gevrijwaard zijn
van vragen in het zwarte gat dat ons omsluit.

Iconisch

Nieuwslezer: Het is vandaag Goede Vrijdag, de dag waarop in de Grote Kerk in Naarden traditiegetrouw de Matthäus-Passion wordt uitgevoerd in het bijzijn van veel prominenten en politici. Bij de kerk staat onze verslaggever Gerri Olijfhof. Gerri heb je al leden van het kabinet naar binnen zien gaan?

Verslaggever: Jazeker, de opkomst is weer als vanouds hoog. Zojuist sprak ik al met diverse bewindspersonen die hier naar binnen gingen en ik vroeg ze wat de Matthäus-Passion voor hen persoonlijk betekent.

Ronald Plasterk: Volkomen krankjorum natuurlijk wat er met die Jezus gebeurt. Je kunt over alles met mekaar van mening verschillen maar van de Messias blijf je met je tengels af. Tegenwoordig zou het complot tegen Jezus trouwens al in een heel vroeg stadium ontdekt en opgerold zijn dankzij het werk van onze veiligheidsdiensten. Ik kan daar niet teveel over zeggen zoals u begrijpen zult, maar vooral de Amerikanen zijn daar erg goed in, zoals u wellicht weet.

Sharon Dijksma: Het is ongelooflijk wat muziek met je kan doen. Vlak voor mijn vertrek als staatssecretaris van Landbouw heb ik nog onderzoek laten doen naar de invloed van klassieke muziek op de melkgift bij koeien op stal. Die bleek significant toe te nemen. Bovendien werden de dieren er rustiger van en hadden ze minder gezondheidsklachten. Dat is goed nieuws voor de boer, de consument en de koe zelf. In verder onderzoek moet worden gekeken of dit ook kan worden uitgebreid naar koeien die buiten in de wei lopen. Je zou ze bij voorbeeld kunnen uitrusten met een soort oordopjes die we prima in die gele flappen kunnen inbouwen. Maar dat is meer iets voor mijn opvolger.

Henk Kamp: Ik kom eigenlijk vooral voor die aardbeving op het einde. De aarde beefde en  de rotsen spleten maar over schade aan woonhuizen lees je eigenlijk niets. Was er misschien aardbevingsbestendig gebouwd? Verwachtten de mensen van de overheid dat die de schade zou vergoeden? Jezus was door het bevoegd gezag ter dood veroordeeld, dus je zou de overheid aansprakelijk kunnen stellen voor de gevolgen van dat besluit. Toch lezen we niets over verongelijkte burgers die politieke ambtsdragers naar het leven stonden.

Ard van der Steur: Als minister van Veiligheid en Justitie kan ik niet ontbreken. Het stuk speelt zich tenslotte af op mijn beleidsterrein. Interessant is dat vanuit het volk de roep om een strenge straf komt en dat daar ook gehoor aan wordt gegeven. Een gerechtelijke dwaling zou ik het vonnis niet willen noemen. Een minimum aan medewerking mag toch van een verdachte worden verwacht, zeker als die onschuldig is.

Jeroen Dijsselbloem: Zoals u weet ben ik al meer dan eens voor Judas uitgemaakt als het over Griekenland ging dus u begrijpt wel waar mijn sympathie ligt. Dertig zilverlingen was een behoorlijk bedrag in die tijd en wat vooral opvalt is dat toen Judas het bedrag retourneerde, de autoriteiten het bedrag een bestemming in de sfeer van de publieke voorzieningen hebben gegeven. Het was een meevaller op de begroting die ze niet meteen weer verjubeld hebben.

Jet Bussemaker: Ik ben met het bestuur van de Nederlandse Bachvereniging in gesprek over de invulling van de solopartijen. Zoals u misschien weet zijn er, afgezien van de aria’s, acht solopartijen die door een man gezongen worden en slechts drie door een vrouw. En die mannelijke rollen zijn niet de minste. Neem alleen al Jezus en de evangelist. Ik zeg niet dat het makkelijk zal zijn voor een vrouw om die rollen te zingen, maar er is ook nooit serieus naar gekeken. In ieder geval heb ik het bestuur duidelijk gemaakt dat verdere verdringing van alten door countertenors wat mij betreft volstrekt buiten de orde is.

Sander Dekker: Met alle respect, maar ik vind de uitvoering niet meer van deze tijd. We weten dat Bach zelf met meerdere versies in de weer is geweest, dus waarom altijd weer die vertrouwde kost. En dan dat Duits. Terwijl er een fantastische Engelse vertaling bestaat. Ik pleit voor een meer interactieve vorm van uitvoeren met invloed van het publiek, deelnemers, eigentijdse kunstenaars, iedereen eigenlijk. Op die manier maken we het werk toekomstbestendig. Jezus blijft toch een iconische figuur en het zou jammer zijn als toekomstige generaties op dit meesterwerk uitgekeken zouden raken.

Martin van Rijn: Ik had eigenlijk liever naar de Johannes-Passion gegaan omdat daar de scène in zit waarin Jezus zijn moeder Maria en zijn leerling Johannes aan elkaar koppelt. Een prachtig voorbeeld van mantelzorg omdat Johannes daarna Maria bij zich in huis nam. En hoe dat uitwerkte! Want Maria heeft daarna nog een geweldig stempel op de kerk weten te drukken waar veel gelovigen ook vandaag nog de vruchten van plukken.

Bert Koenders: Wat mij interesseert is dat zowel Pilatus als Herodes eraan te pas kwamen. Ze waren vijanden, maar vanaf die dag werden ze vrienden. Als je ziet hoe gecompliceerd de verhoudingen ook vandaag de dag nog vaak liggen in het Midden-Oosten is dat eigenlijk niets minder dan een wonder. Er wordt wel gezegd dat Jezus niet diplomatiek te werk ging, maar hij wist kennelijk ook partijen bij elkaar te brengen.

Verslaggever: En tenslotte de minister-president zelf:

Mark Rutte: Wat een onwijs gaaf evenement is dit toch. Kijk die drukte weer eens. Wie nu nog geen kaartje heeft kan beter thuis blijven. Ik zie dit als een moment van bezinning. We zijn in oorlog zoals u weet en onze manier van luisteren naar muziek ligt onder vuur. Volgens sommigen dienen we ons als een lam naar de slachtbank te laten leiden, maar het kabinet deelt die mening niet. Wij slaan vanaf morgen weer gewoon terug en liefst zo hard mogelijk. Maar als u me nu wilt excuseren?

Verslaggever: Als deze reacties iets duidelijk maken dan is het wel dat de Matthäus-Passion na bijna driehonderd jaar nog niets aan actualiteit heeft ingeboet. En ook dat dit werk, in al zijn gelaagdheid, kennelijk voor iedereen iets heel persoonlijks te bieden heeft. Dat tekent enerzijds het genie van Bach en anderzijds kan gezegd worden dat, ruim twintig eeuwen na die eerste Goede Vrijdag in Jeruzalem, de conclusie dat Jezus niet voor niets gestorven is alleszins gerechtvaardigd lijkt.

Nieuwslezer: Dank je wel Gerri, daar bij de Grote Kerk in Naarden. En dan nu iets heel anders.

 

 

Saai

Wie één keer over zijn lichamelijke gezondheid heeft geschreven en daarbij een operatie aankondigde moet natuurlijk met een vervolg komen. Want hoe is het nu met de patiënt? Ik ben twaalf dagen geleden uit het ziekenhuis ontslagen en al die tijd voel ik al de verplichting om mijn trouwe volgers te informeren. De verplichting ja. Want inspirerend is het niet om te moeten schrijven dat alles goed is, dat het meeviel en dat er eigenlijk niets aan de hand is. Ik, die met alles wat ik schrijf altijd maar één doel heb, namelijk duidelijk maken dat er met het leven onnoemelijk veel mis is, dat je niemand kunt vertrouwen en dat het nergens veilig is, zou nu opeens moeten gaan melden dat alles dik in orde is? Het voelt alsof ik terug ben op de middelbare school en opgezadeld word met een onmogelijke opsteltitel, zoals “Mijn fijnste vakantie” of “Mijn mooiste herinnering”.

Maar oké. Voor deze keer dan. Alles is goed. De zorg was perfect. De verpleging, de chirurg, de anesthesist, het morfinepompje: perfect. Het infuus, de katheter, de postoel: perfect. De andere patiënten op zaal: vertederend. Het herstel: voorspoedig. Het verwijderde weefsel: maagdelijk, vrij van verontreinigende startups. Verdere behandeling: overbodig. De casemanager oncologie: niets meer van vernomen. Ik heb verassend veel blijken van medeleven ondervonden: bezoek, bloemen, kaarten, cadeaus en virtuele betrokkenheid via satellietverbindingen en glasvezelkabels. Het was hartverwarmend. Helend, ongetwijfeld. Maar ik weet niet hoe ik erover moet schrijven zonder dat het in stichtelijk gestamel ontaardt. Voor één keer zou ik willen dat ik meer op Linda de Mol leek. Had ik ook maar dat vermogen om het volstrekt alledaagse als een onvergelijkelijk hoogtepunt te beleven. Maar zeg nou zelf, lieve mensen, als alles goed is, waar moet je dan nog over schrijven? Soms schuurt het leven niet. Volgende keer beter en over tot de orde van de dag.

Nou ja, één ding moet me nog wel van het hart. Ik besef dat ik ontzettend veel geluk heb gehad. Ten opzichte van heel veel anderen voel ik me bevoorrecht. Waarom zij pech hadden en ik geluk? Wie zal het zeggen. De teerling is voor het moment geworpen. De goden dobbelen en voorlopig ben ik met de schrik vrijgekomen.

Startups

Ik wist niet dat ik het in mij had, maar ik ben van de ene op de andere dag kankerpatiënt geworden. Dat ging zo. Op veertien januari werd uit mijn dikke darm het lachwekkend hoge aantal van vijftien poliepen verwijderd. Aanvankelijk was ik daar wel trots op: zoveel creativiteit, in mij! Maar op twintig januari deelde de maag-darm-leverarts mij mee dat zich tussen de poliepen ook “een verrassing” had bevonden. Op één poliep waren “onrustige cellen” aangetroffen. Onrustige cellen! Ik voelde meteen sympathie voor ze omdat ik mijzelf erin herkende. Enkele van de meest ondernemende van die cellen waren ook al op weg naar de uitgang, door de steel van de poliep heen richting darmwand om van daaruit verder uit te zwermen en zo overal veelbelovende startups te beginnen.

Nouja. Poliepen die hun hoofd boven het maaiveld uitstaken en jonge, neoliberale cellen die in hun niets ontziende ambitie van plan waren het lichaam van een zestigplusser eens flink uit te wonen. Dit vroeg om een ingreep. De volgende ochtend lag ik alweer op de onderzoektafel voor een nieuw darmonderzoek, dit keer met als insteek de plek te lokaliseren waar de betreffende poliep gezeten had. Op een monitor kon ik zelf meekijken en zowaar, het rudimentaire steeltje dat als aandoenlijk restant was achtergebleven was in minder dan geen tijd gevonden. Links en rechts ervan werd Oost-Indische inkt in de darmwand gespoten zodat de chirurg de plaats delict feilloos zou kunnen terugvinden. Ploep, daar ging het eerste wolkje en daar, ploep, het tweede. Omdat ik live mee kon kijken kon ik het eigenaardige gevoel dat met het inspuiten van de wolkjes gepaard ging meteen een plekje geven.

Vijfentwintig januari werden mijn buik gescand en mijn longen gefotografeerd. De jacht op startups was begonnen. Gelukkig werden deze niet aangetroffen. Zesentwintig januari zat ik in de wachtkamer van de afdeling Oncologische Dagbehandeling te wachten op de casemanager, een gespecialiseerd verpleegkundige, die mij de komende vijf jaar gaat begeleiden. Of wachtkamer, het was meer een soort loungeruimte. Aan alles was te merken dat hier alleen Very Important Patients komen. Er was zelfs een soort knuffelwand, niet echt natuurlijk, maar bij wijze van spreken. Een muur helemaal vol met kaarten, krantenknipsels en advertenties van goedwillenden die duidelijk poogden te maken dat kanker niet het einde hoefde te zijn. Je kon bij voorbeeld yoga gaan volgen of tekentherapie en ook de onvermijdelijke schrijfcoach probeerde mij duidelijk te maken dat ik haar nu meer dan ooit nodig had. En er hing een interview met een vooraanstaand oncologisch specialist die Suzanne Kaal blijkt te heten. Kortom: veel om je aan op te trekken. Het tegenovergestelde van een klaagmuur: een hoopmuur. Op mij maakte vooral de wervende tekst op de folder voor tekentherapie veel indruk: “Tekentherapie onderscheidt zich omdat het probleem zichtbaar wordt.” Verdomd goede tekstschrijver, dacht ik en nam mij voor nog lang uit handen van de tekenjuf te blijven.

De afdeling Oncologische Dagbehandeling leek nog het meest op een kantoortuin, maar dan met verrijdbare bedden en gemakkelijke stoelen waarin patiënten, ontspannen hangend, via een infuus hun chemotherapie krijgen toegediend. Mijn casemanager heette Dorothee en leidde mij bekwaam tussen de patiënten door, die mij nieuwsgierig opnamen, naar een soort glazen spreekkamer alwaar zij erg haar best deed om mijn vertrouwen te winnen. Trek het je niet aan dat dat niet lukte, Dorothee. Het ligt niet aan jou. Gelukkig hebben we nog vijf jaar om aan elkaar te wennen. Want dat is het perspectief: binnenkort haalt de chirurg vijftien centimeter dikke- en vijf centimeter endeldarm weg, met omliggend klierweefsel, waarna het geheel wordt uitgekamd op startups. Worden die niet aangetroffen dan blijf ik vijf jaar onder controle. Worden ze wel aangetroffen dan zal ook ik een geregelde bezoeker worden van de kantoortuin waar Dorothee en haar gelijken de scepter zwaaien en zal ook ik, aangesloten op mijn infuus, de nieuwkomers daar met de ongegeneerde nieuwsgierigheid die mij eigen is, volgen op hun weg naar de glazen spreekkamer.

Lorumdagen

Het zijn weer de lorumdagen. Je staat laat op met niets bijzonders omhanden, het werk bestaat tijdelijk niet en je wordt geacht deze dagen etend, drinkend en winkelend door te brengen. Een soort jaarlijkse retraite waarin de zinloosheid van het bestaan intenser dan anders beleefd mag worden. Ploppen helpt, bij voorkeur vroeg op de dag, maar in geen geval later dan halverwege de middag. De drank biedt vergetelheid, een aangename roes waarin het afgelopen jaar oplost en het nieuwe ver weg lijkt. Nog even volhouden. Over een goeie week zal het bevrijdende juk van de eerste ontnuchterende werkdag in het nieuwe jaar op onze schouder landen. Moge het guur en koud zijn die dag. Mogen veel tegenwind en tegenslag ons ten deel vallen in het nieuwe jaar zodat wilskracht en vastberadenheid weer de overhand in ons krijgen. Maar voor nu zeg ik: plop.